Onderzoek

Het kaarthistorisch onderzoek van leerstoelhouder Bram Vannieuwenhuyze, de Explokart-medewerkers en de studenten heeft verschillende zwaartepunten.

Verhaalkaarten

Oude kaarten presenteren niet alleen gegevens over ruimtelijke objecten. Meer dan men zou vermoeden bieden talloze oude kaarten een blik op gebeurtenissen en verhalen die zich hebben afgespeeld in het gekarteerde gebied of territorium. De kaart toont bijvoorbeeld het reistraject van een ontdekkingsreiziger, handelaar of pelgrim, presenteert de belegering van een stad, duidt de omvang van een rivieroverstroming aan of licht Bijbelse verhalen toe. Vooral traumatische gebeurtenissen als oorlog, aanslagen, natuurgeweld of ongelukken lijken in kaart te zijn gebracht. Maar evengoed werden toekomstige inpolderingen, wegen, stadsuitbreidingen of vestingwerken gekarteerd. Vaak bleven deze plannen geheel of gedeeltelijk dode letter en verschillen de kaarten niet heel veel van de imaginaire kaarten van verhalen, legenden of mythische plekken.

In dergelijke ‘verhaalkaarten’ of story maps worden de pure geodata (het gekarteerde landschap, gebied, territorium) gecombineerd met een zogenoemde actionele laag (de gebeurtenissen, het verhaal). Toch vallen die beide lagen vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden: de geodata zijn meer dan een decor en de weergegeven gebeurtenissen meer dan louter bladvulling of decoratie. In vele kaarten zijn beide lagen subtiel met elkaar verweven, wat de interpretatie door de (hedendaagse) kaartgebruiker er niet eenvoudiger op maakt.

Daarnaast is er het aspect tijdsdiepte. Sommige verhaalkaarten presenteren actuele of zeer recente gebeurtenissen. Het zijn nieuwskaarten, een genre dat nauw aanleunt bij de nieuwsprenten die vooral in de vroegmoderne periode werden gemaakt en verspreid. Historiekaarten tonen gebeurtenissen uit een verder verleden en zijn daarom vaak meer beschouwend en synthetiserend. Het is geschiedschrijving in cartografische vorm. En weer andere verhaalkaarten projecteren een toekomstige, gewenste of ideale situatie op een bestaand landschap of territorium.

Vraag is vooral hoe dergelijke verhaalkaarten ‘gelezen’ kunnen worden en welke methodologische handvaten de cartografie, geschiedenis, kunstgeschiedenis en narratologie ons daarvoor aanreiken. Een tweede set vragen focust op de productie en consumptie van de verhaalcartografie: wie produceerde verhaalkaarten, op welke manier en waarom gebeurde dat en hoe werden deze kaarten gebruikt en geïnterpreteerd? Het zijn vragen die vooral samen met de studenten van het werkcollege Kaartanalyse en Historisch GIS en het tutorial Historiekaarten worden geëxploreerd en hun neerslag vinden in groepswerken en papers. Daarnaast doet Bram Vannieuwenhuyze onderzoek naar het fenomeen op basis van individuele case studies, al dan niet in samenwerking met collega’s.

Referenties:

– K. Dillen & B. Vannieuwenhuyze, ‘Bedrieglijke eenvoud. Flandria Borealis tussen kaart en historie, tussen afbeelding en uitbeelding’ in: Tijdschrift voor Geschiedenis, 2017, 130, 4, pp. 521-543.
– Z. Segal & B. Vannieuwenhuyze (Eds.), Motion in Maps – Maps in Motion. Mapping Stories and Movement through Time, Amsterdam, Amsterdam University Press, 2020 (forthcoming).
– B. Vannieuwenhuyze, ‘Reading History Maps: The Siege of Ypres in 1383 mapped by Guillaume du Tielt’, in: Quaerendo, 2015, XLV, pp. 292-321.
– B. Vannieuwenhuyze, ‘Historie in oude kaarten’, gastblog bij UvA Erfgoed, november 2016.
– B. Vannieuwenhuyze, ‘Laatmiddeleeuws Ieper verkleind (1383) en gekarteerd (1610)’, in: Tijdschrift voor Historische Geografie, 2018, III, 2, pp. 140-142.

Stadscartografie

Steden worden al eeuwenlang in kaart gebracht en de stadscartografie is dan ook een van de belangrijke deelgebieden van de cartografie. Aangezien de Lage Landen sinds de late middeleeuwen één van de meest geürbaniseerde regio’s van Europa zijn, hoeft het niet te verbazen dat er heel wat stadsplattegronden van de Nederlandse en Belgische steden zijn gemaakt. Bovendien beleefde de productie van stedenatlassen er hoogtijdagen in de zestiende en zeventiende eeuw.

Voor verscheidene steden is de stadscartografische productie reeds bestudeerd. In een aantal gevallen leidde dat tot diepgaande en uitgebreide monografieën en kartobibliografieën; in andere gevallen blijven de publicaties beperkt tot korte artikels of tentoonstellingscatalogi. Naar de productie en samenstelling van de stedenatlassen is ook al het nodige onderzoekswerk verricht en sommige vroegere stedenatlassen zijn heruitgegeven, al dan niet als facsimile. Opvallend is wel dat er geen overzichtswerk over de stadscartografie van de Lage Landen bestaat, waarin de belangrijkste karakteristieken en evoluties van het genre worden toegelicht en verklaard.

Vroegere stadsplattegronden vormen één van de voornaamste bronnen voor de samenstelling van historische stedenatlassen en stadsmorfologisch onderzoek. In dat kader is halverwege de jaren 1950 in de schoot van de International Commission for the History of Towns een groot onderzoeksproject opgezet: het European Historic Towns Atlas Project.

Het had een dubbel doel: enerzijds de publicatie van historische stedenatlassen voor zoveel mogelijk steden en op zo uniform mogelijke wijze, anderzijds en daarop voortbouwend een groot comparatief onderzoek naar de stadsmorfologie en ruimtelijke ontwikkeling van de Europese steden. Betreurenswaardig is dat de productie van historische stedenatlassen in de – nochtans zeer geürbaniseerde – Lage Landen amper van de grond is gekomen. Voor Nederland en België samen verschenen slechts acht stedenatlassen volgens de officiële richtlijnen. Wel zagen de afgelopen drie decennia enkele aanverwante boeken het licht.

Vanuit de leerstoel historische cartografie zal een poging worden ondernomen om enerzijds het onderzoek naar de stadscartografische productie, zowel van individuele steden als in algemene zin, verder te zetten en anderzijds om het stilgevallen historische stedenatlassenproject voor de Lage Landen nieuw leven in te blazen. Wat dit laatste betreft, is samenwerking met andere partners noodzakelijk. De uitgave van de zeven Nederlandse historische stedenatlassen in de periode 1982-2003 was overigens het gevolg van een samenwerkingsverband tussen de Universiteit van Amsterdam en de TU Delft.

Referenties:

– R. Rutte & B. Vannieuwenhuyze, Stedenatlas Jacob van Deventer. 226 Stadsplattegronden uit 1545-1575 – Schakels tussen heden en verleden, Bussum
– Tielt, Uitgeverij Thoth – Uitgeverij Lannoo, 2018. -B. Vannieuwenhuyze, ‘Stadsgeschiedenis en/in kaarten’, in: M. Hameleers, M. Carnier, P. Alkhoven & R. Kruk (red.), Cartografie. Visie op de kaart. s@p Jaarboek, dl. 15, ’s-Gravenhage, Stichting Archiefpublicaties, 2016, pp. 197-207.
– B. Vannieuwenhuyze & R. Rutte, ‘Medieval Urban Form in the Low Countries: State of Research, Comparative Perspective and Symbolic Meaning’, in: A. Simms & H.B.-Clarke (Ed.), Lords and Towns in Medieval Europe. The European Historic Towns Atlas Project, Farnham – Burlington, Ashgate, 2015, pp. 375-398.

Maps in Context

Maps in Context is een project opgezet in het kader van de leerstoel Historische Cartografie dat de verloren gegane verbanden tussen oude kaarten en handgeschreven en gedrukte teksten tracht te herstellen. Het uitgangspunt van dit project is de problematische contextualisering van talloze oude kaarten, atlassen en globes. Deze worden doorgaans bewaard in afzonderlijke kaartencollecties van bibliotheken, archieven, musea of zijn in particuliere handen. Tekstuele bronnen die context bieden bij een kaart zitten daarentegen ‘verborgen’ in archieven of zijn te vinden in drukwerk dat niet bij de kaart wordt bewaard. Denk bijvoorbeeld aan rekeningen, veilingcatalogi, brieven of advertenties. Vaak zijn de verbanden tussen kaart en context verloren gegaan omdat kaarten uit het archief zijn gehaald en in aparte collecties zijn samengebracht of  zijn verkocht. Daarom ondervinden onderzoekers en kaartbeheerder veel moeite om de context waarin oude kaarten zijn ontstaan, gebruikt en bewaard te reconstrueren.

Het Maps in Context-project wil de verbanden tussen oude kaarten en contextuele informatie herstellen en ontsluiten via een doorzoekbare webdatabank. Dat wordt een platform waarop onderzoekers, conservatoren, vrijetijdshistorici en verzamelaars veel efficiënter informatie over oude kaarten kunnen opsporen en gebruiken. De inrichting van de databank gebeurt via twee sporen: enerzijds de invoer van contemporaine (uitgegeven of onuitgegeven, archivalische of gedrukte) gegevens over vroegere kaarten, kaartenmakers en karteerpraktijken, anderzijds de koppeling van die gegevens aan – de al dan niet bewaarde – oude kaarten. Op termijn zullen gebruikers ook gevraagd worden om gegevens aan te leveren of te corrigeren. Die gegevens zullen ons onder meer in staat stellen om betere inzichten te verwerven in de dagelijkse praktijken inzake karteringen, kaartgebruik en cartografische geletterdheid in het verleden.

Het project is eind 2018 opgestart door prof. dr. Bram Vannieuwenhuyze en in mei 2019 is een eerste werkbare versie van de databank opgeleverd. Deze is vervolgens getest met uiteenlopend tekst- en kaartmateriaal. In juli 2019 is het project gepresenteerd op de International Conference on the History of Cartography (ICHC) in Amsterdam. Momenteel wordt een doorzoekbare en gebruiksvriendelijke versie van de databank ontwikkeld en worden gegevens ingevoerd m.b.t. de kaartgeschiedenis van de Lage Landen. Het project wordt uitgevoerd door Marissa Griffioen en Bram Vannieuwenhuyze.

Explokart

Onder leiding van professor Schilder heeft het historisch-cartografisch onderzoeksprogramma Explokart, een groot aantal onderzoeken en publicaties gerealiseerd. De toegepaste onderzoeksmethoden hebben internationale waardering gevonden en de resultaten van de stafleden hebben bijgedragen aan de internationale erkenning van het Nederlandse onderzoek binnen en buiten het vakgebied van de historische cartografie. Bijzonder is de inzet van gekwalificeerde vrijwilligers, die in overleg met en onder begeleiding van de Explokart-staf onderzoek verrichten naar relevante kaarthistorische onderwerpen, die anders door tijdgebrek van de vaste staf zouden blijven liggen. Sinds 2001 zijn twintig onderzoeksprojecten gepubliceerd in de Explokart-reeks.

De huidige leiding van dit programma berust bij bijzonder hoogleraar Bram Vannieuwenhuyze, Jansoniusconservator Peter van der Krogt en projectleider Paula van Gestel. Weldra zullen een aantal nieuwe speerpunten binnen het Explokart onderzoeksprogramma worden bepaald.

Ter ondersteuning van het vrijwilligersonderzoek en de daaruit voortvloeiende publicaties ontving Explokart in 2002 een grote subsidie van het VSBfonds. De Explokart-publicaties werden van 2001 tot 2014 uitgegeven door Hes & De Graaf Publishers in ‘t Goy-Houten en sinds 2014 door Brill Publishers in Leiden.